Cees (Medium).JPG

‘Waar liggen de nokkenassen?’ vroeg Cees. En zonder op het antwoord te wachten: ‘Boven!  Boven liggen de nokkenassen!’ Of: ‘Zeg Wolter, daar heb ik geen zin in hoor, daar beleef ik echt geen Freud aan, daar vind ik Nietsche aan, ik ben daar veel te Jung voor!’ Een paar van de vele woordgrappen (en niet per se de beste) van Cees.

Cees hield van schaken en vooral ook snelschaken. Hij was een prominent lid van de Het Paard van Ree en jarenlang kampioen van Schaakclub Bakkum. Hij had een grote openingskennis, was vooral analytisch sterk. Vluggeren tegen Cees betekende; scherp zijn, zien dat je ook eens een potje won, erop toezien dat niet alle rondjes op jouw rekening kwamen en daarna tot diep in de nacht doorzakken, in Sonnevanck, bij Marc of bij ons thuis. Al doende kwam de wereld voorbij. Cees was erudiet, eloquent, had een eigen interessante en goed onderbouwde mening en stak die niet onder stoelen of banken. Dat leverde vele mooie gesprekken, vele mooie nachten en zo hier en daar nog wel eens een promillagegestuurd conflictje op, maar dat laatste werd meestal wel gladgestreken.

Van het een kwam het ander. We maakten reizen. We kwamen in landen, steden, dorpen. Cees ontdekte, zag het nieuwe, was uitgelaten en maakte snel contact, overal en met iedereen. Wat een vriend om mee op reis te zijn!

Cees was een bohemien. Wikipedia zegt bij bohemien: iemand met een onconventionele levensstijl, vaak in het gezelschap van gelijkgestemden en met weinig permanente banden. Cees leefde alleen, bijna als een kluizenaar. Hij was niet eenzaam: ‘Daar heb ik geen talent voor’. 

Cees liet het schaken achter zich. Hij werd wel erg alleen, en het hielp niet dat hij zijn kleren niet waste. Een enkele keer zagen we hem nog, bij het schaaktoernooi of bij de dood van een schaakvriend. Hij is nu overleden, in omstandigheden die we al vreesden.

Cees was een grote schaakvriend. Het stemt treurig dat hij er niet meer is. Hij zal altijd bij ons blijven in onze verhalen en anekdotes.

Wolter Vos