.... of hoe Johan Kroon, Marc van der Meij, Rob Graaff en Wolter Vos in mei j.l. op Texel kwamen en weer gingen.

 

image-2018-06-08 start.jpg

Rob, Marc, Wolter en Johan bij vertrek

De aanloop tot de overtocht van Den Helder naar Texel verliep verwarrend en dan moest alles nog gebeuren. Het fietsen, tijd van vertrek etc.

Handicaps.

Handicaps in de vorm van persoonlijk ongemak en serieuze aard (de rug van Johan) en 1 fiets die in een kort tijdsbestek alle soorten van verval kende (Het wrak van Marc). Daarover werd meer en minder uitvoerig bericht in de mail. Twijfel of we ooit onderweg zouden geraken sloeg hard toe. Johan had gewag gemaakt van training, Wolter niet en dat siert hem, hij rijdt evengoed met een hand aan het stuur, met de andere wijst hij naar de omgeving die hij synchroon van commentaar voorziet als een meeuw op de wind. We kennen de Mathaeus alsook de Marcus passie. Sinds kort ken ik de lokale Wijkse versie. Marc kwam met een wanhopig makend lijdensverhaal. In eerste instantie ging hij als “ongetrainde” 50 km lopen (waarom? Er gaan bussen, treinen, zelfs ook taxi’s) en hij kwam thuis. (?????) Passie! Toen ik dat las, in de voorbereidende mail voor Texel idd, dacht ik nog, zozozo…. Daarna kwam een mail die getuigde van een vergaande vorm van zelfkastijding. Lekke banden, brekende spaken en och we gaan door want het zijn er maar drie. Brekende ketting, kaderbreuk, onwaarschijnlijk wat er allemaal kan met en op een fiets. Hier werd een vorm van lijden gezocht om tot een hoger inzicht te komen. 

Ik maakte me ernstig zorgen, want hoe lang zou de tocht naar Texel gaan duren met deze handicaps? Daarom nam ik mijn stadsfiets mee naar Wolter toen we echt afgesproken hadden bij hem koffie te drinken alvorens te vertrekken. Het onderling verschil klein houden...Daar stonden drie elegante sportfietsen. Het hoger inzicht stond er tussen. De Rih van de schoonvader van Marc. (Sic!)

“Het is een lange weg”, zei Marc toen we weggingen op een manier zoals alleen hij dat kan. En ik fluisterde zachtjes tegen mijn Gazelle Primeurtje met 3 versnellingen,

‘Oooh Sturmey Archer

met je pookje in de zon,

Ik rij achter je aan naar Texel

waar jouw fietsenleven begon.’

Dat leek me gepast tegen een voormalige texelse huurfiets.

De tocht was fraai zo door de duinen, het nieuwe stuk buiten de HondsBossche Zeekering met een grote stern kolonie en voor Callantsoog waren er een paar  de weg kwijt. ”Izz zis ze daairekzjun zoe ze beachz??”. “Huh?? Ja het strand is daaro.¨  Die mensen houden historisch gezien van wandern, dus waarom niet?

Pizza in Callantsoog zoals Marc deed, doe het niet! ‘Het gaat lang duren voor ik dit verwerkt heb’, hoorden we. ‘Wij hebben lekker pannenkoeken Marc’, liet Johan weten...

s’Avonds goed gezeten en gegeten op een pleintje met terras (geen auto’s) en we waren weer helemaal boven Jan.

image-2018-06-08 terras.jpg

Terras Oosterend

Terug in het hotel wilde Marc nog wel een wandelingetje, let op de voornoemde 50 km. Argeloos stemden we in. Het werd een fikse wandeling door fraai avondlandschap, volop schapen en ik dacht na over volgzaamheid. Indrukwekkend was de erebegraafplaats voor de Georgiers. Bizar om in deze vredige avond zoveel jaar na dato, op de gedenksteen te lezen dat mensen elkaar kapot hebben staan schieten tot het klaar was.

Daags erna hebben we het eiland doorkruist/overfietst tussen hordes toeristen door. Ballonbuikige mensen met verwilderde blikken op mountainbikes, die malen als koffiemolens. Schneller. Waarom moet alles zo snel?? Wordt Texel er mooier van?

image-2018-06-08 koeien.jpg

Warm was het ook.

Een dwars doorsteek naar Oudeschild bracht ons rust en een terras en koelte en Skuumkoppe. Wij aan de ene kant van het smalle straatje gezeten, aan de andere kant jolige dames. Plots toch weer auto’s waarvoor wij de benen moesten intrekken en Johan uitriep, “Ja zeg, ze rijden hier gewoon over het terras...”. 

“Wat komen jullie hier doen?”, hoorden we van de overkant. “We zijn op de fiets uit Wijk aan Zee”. “Neeee!!!, daar werken we….” De dames van de thuiszorg.

Des avonds genoten we de laatste maaltijd in een visrestaurant aan de haven, daar werd gelukkig geen verkeerde keus gemaakt.

image-2018-06-08 eten.jpg

Later, na het eten, werd er weer gewandelt, niet door mij. Ik bleef fijn bij de bar met een paar vogeljaaroverzichten die ik onderweg gekocht had bij een stand van Vogelwerkgroep Texel. 

Drie dagen zijn zo voorbij en zondagochtend reden we naar de boot. Op weg naar de overtocht, rechts van de weg, stond een groot bord met op de ene kant, “De Heer is mijn Redder”. En op de andere, “Een Eiland voor mijn Heiland”. Daar schoten we (M,R) van in de lach, want ik las eerst, Weiland. De opsteller was guller. 

De weg naar huis was lang en best zwaar. Wolter ontving nog een uitschijter van een tegemoet komend fietser, “Ja! Blijft er nog wat ruimte voor mij over??” Wolter tendeert naar links bij het fietsen en dat is niet vreemd, want Wolter is eigenlijk een Brit. Bezie hem als volgt. Waxcoat, tweed vest, open gevouwen dubbelloops losjes onder de arm, plusfour en laarzen, flat cap op het hoofd en daaraan hoeft niets te gebeuren. Snor, bakkebaarden en stiff upperlip, licht afgezwakt door een natuurlijk flegma, zijn er al. Geen wonder toch? Voor deze inschatting had de tegemoet komend fietser geen tijd helaas.

We waren allemaal blij dat Wijk in ‘zicht’ kwam. En het afzien en de blijdschap van het naderende Wijk leverde nog een paar puntige teksten op in de contactensfeer. “Man met houten kont, zoekt vrouw met zachte handen...” En, “Hou je ook zo van afzien? Bel Meij...” 

Op een kruising naar Uitgeest zeiden we Johan gedag. Hij nam van daar de trein naar huis. Drie dagen, vier mannen, een eiland. Verder bestond er niets. Geweldig. 

Resume:

Heen en terug op de fiets 160 Km. Op Texel ongeveer 60 km.

Bezocht: Den Hoorn, Den Burg, de Hors, de Slufter en Oosterend.

Nu een jaartje wachten.Rob Graaff

Voor nog meer mooie foto's klik hier