Schaken werd in de 12e en 13e eeuw in Europa aan de hoven en in abdijen steeds populairder. Kunnen schaken was een teken van beschaving en verfijning. Het was ook een kunst die in het middeleeuwse Spanje christenen, moslims en joden met elkaar verbond, zoals blijkt uit het prachtig geïllustreerde handschrift Libro de axedrez, dados e tablas, kortweg El Libro de Los Juegos [het Spellenboek]. Dit Spellenboek is een Spaanse vertaling van Arabische teksten over schaken, dobbelen en backgammon, gemaakt in opdracht koning Alfons X van Castilië [1221-1284]. In het boek, dat in 1283 in Toledo werd voltooid, komen 64(!) voorbeelden van schaakpartijen [eindspelen] voor, die ontleend zijn aan Arabische voorbeelden. Een aantal afbeeldingen uit het Spellenboek is in vorige afleveringen al de revue gepasseerd.

08_1b.jpg

In de proloog wordt uitgelegd wat het verschil is tussen spelen te paard [bedoeld als oefening voor de strijd], spelen te voet [oefening voor het lichaam] en spelen waarbij je zit, zoals bijvoorbeeld schaken, dobbelen of backgammon. Deze laatste kunnen gespeeld worden „door mannen, en vrouwen (‘die niet rijden en opgesloten zitten’), ouderen en zieken, ... en gevangenen of zeelieden.“ Het doel ervan is “vreugde te bieden en het dagelijks leven draaglijk te maken”. In dezelfde proloog wordt de oorsprong van het schaken toegeschreven aan een debat tussen drie wijzen die op verzoek van een Indiase koning de vraag moesten beantwoorden wat de meest wijze strategie was: vertrouwen op het toeval, op je intelligentie of op een combinatie van beide. Om hun argumenten kracht bij te zetten bedachten de wijzen ieder een spel.... Opvallend is wel dat in de miniaturen in het boek schaken een bezigheid is van mannen en vrouwen aan het hof, terwijl het dobbelen wordt overgelaten aan het tuig van de richel, vaak halfnaakt afgebeeld.

Maar de geestelijk leiders waren meestal niet zo enthousiast over het schaakspel!

 

In de ban

“Ik moet mijn pen in bedwang houden, want ik bloos van schaamte om nog meer schandelijke frivoliteiten op te sommen zoals de jacht, de vogelvangst en met name de hartstocht voor het dobbel- of schaakspel”

Dat schrijft de Italiaanse kardinaal Petrus Damiani in 1061 in een brief aan de paus. Hij beschrijft hierin hoe hij een reisgenoot, een bisschop uit Florence, die had zitten schaken in hun logement, de les had gelezen met de woorden:

“En was het uw werk om ’s avonds deel te nemen aan de ijdelheid van het schaakspel en uw hand die het Lichaam des Heren aanbiedt en uw mond die bemiddelen moet tussen God en het volk te bezoedelen met schandelijk vermaak? Speciaal waar toch de kerkelijke overheid bepaalt dat bisschoppen die zich aan dobbelspelen overgeven uit hun ambt gezet moeten worden.”

Spelen waarbij dobbelstenen gebruikt werden [alea, kansspelen] waren al eeuwenlang verboden door de kerk en het feit dat het verbod eindeloos herhaald werd in decreten, wijst er wel op hoe moeilijk het te handhaven was. De Florentijnse bisschop had nog ter verdediging aangevoerd dat er een verschil was tussen dobbelen en schaken, maar daar wilde de kardinaal niets van weten: volgens hem vermeldt het verbod het schaken niet expliciet, en dus valt schaken gewoon onder de kansspelen. De bisschop kwam er genadig van af: een flinke afranseling was zijn deel.

Zowel moslimleiders als christelijke geestelijken uit Oost en West keurden het schaken geregeld af of deden het zelfs in de ban, vooral ook omdat er bij het schaken toch nog geregeld gedobbeld en gegokt zou worden. In 1005 liet Al-Hakim, Kalief van de Fatimieden van Egypte zelfs alle schaakstukken vernietigen. Schakers kregen een lichamelijke afstraffing. Het gokken bij het schaken was trouwens ook een van de redenen waarom nog in 1979 Komeini, na de Iraanse Revolutie, het schaken verbood, een verbod dat in overigens na een aantal jaar weer werd ingetrokken, toen bleek dat er bij schaken niet (meer) gedobbeld werd.

08_2.jpg

 

IJdele bezigheid

Ook het feit dat het om een ijdele bezigheid zou gaan zonder hoger doel, wordt, zoals we boven zagen, door geestelijken genoemd. Het zou bijvoorbeeld monniken maar afhouden van geestelijke oefeningen en het gebed [om maar niet te spreken van het gebruik van mogelijk krachttermen als gevolg van een verloren partij]. Dezelfde redenering volgden ook de moslimleiders. Het was voor St. Bernard van Clairvaux in 1128 in ieder geval de reden om Tempeliers te verbieden om te schaken en te dobbelen. Hij had de macht om dit te eisen, omdat hij de Ridderorde had opgericht en de regels van de orde bepaalde. Het verbod werd later uitgebreid naar andere ridderorden.

Maar er zijn ook andere redenen aangevoerd waarom schaken een verderfelijk spel zou zijn.

 

Gesneden beelden

Zo keurde de schoonzoon van Mohammed – Ali, de eerste kalief van de Shi’ieten – sjatranj af, omdat er gebruik gemaakt werd van ‘gesneden beelden’, en dat is uit den boze volgens de Koran. Maar dit probleem was makkelijk te omzeilen door niet met figuratieve, maar met abstracte stukken te spelen.

08_3b.jpg

Abstracte schaakstukken uit de 9e-12e eeuw in 2016 geveild bij Sotheby’s

Opvallend is wel dat dit argument nooit door joodse of christelijke geestelijken is gebruikt.

 

Geweld

Een dan was er natuurlijk het probleem dat de emoties bij schaken hoog kunnen oplopen. Ik herinner me uit mijn jeugd nog wel dat het schaakbord inclusief stukken wel eens in een woeste beweging van tafel werd geveegd na een verloren partij. In een eerdere aflevering kwamen al wat koninklijke heren voorbij die zich op het vlak van schaakgeweld niet onbetuigd lieten, maar het waren toch vaak ook verliespartijen tegen dames die geweld uitlokten. Het verhaal gaat dat Johanna, gravin van Vlaanderen haar echtgenoot Ferrand, prins van Portugal, begin 13e eeuw verslagen had bij een schaakspel, waarop hij zo boos werd, dat hij haar een mep verkocht. Uit wraak weigerde ze losgeld voor hem te betalen toen hij door de Franse koning gevangenschap was gezet. (Murray, A History of Chess). Midden 13e eeuw begonnen ook de eerste rechtszaken tegen schaakmoordenaars.

08_4.jpg

Ferrand wordt afgevoerd naar Parijs

 

08_5.jpgJohanna van Vlaanderern

Ook in de literatuur ontbreekt het schaakgeweld niet. In de ridderroman De Vier Heemskinderen onstaat er tijdens een partij schaak aan het hof van Karel de Grote een hoogoplopende ruzie tussen Reinout, een van de vier Heemskinderen, neven van Karel de Grote, en een zoon van Karel, waarbij de driftige Reinout in zo’n heftige woede ontsteekt, dat hij alle stukken omver gooit en zijn tegenspeler een dodelijke dreun op het hoofd geeft met het zware zilveren schaakbord. 

 08_6b.jpg08_7b.jpg

Een soortgelijk verhaal wordt verteld in het 13e-eeuwse gedicht Rogier de Deen. Rogier wordt volgens de legende als gijzelaar naar Karel de Grote gestuurd, waar zijn zoon na een schaakpartij door een zoon van Karel de Grote wordt vermoord. In de hoofse roman Perceval gebruikt de ridder Gawain het schaakbord waarop hij en zijn geliefde zitten te spelen als schild, als ze worden aangevallen. Zijn geliefde gebruikt de schaakstukken als aanvalswapens, niet zo gek als je bedenkt dat ze de stukken van ivoor of bergkristal heel wat zwaarder waren dan de stukken van nu.

De verboden en banvloeken in de afgelopen eeuwen zijn niet te tellen. Zelfs in de jaren tachtig van de vorige eeuw zou de Sovjet-Unie kosmonauten nog verboden hebben om met elkaar in de ruimte te schaken, nadat een kosmonaut, die een partij verloren had, met zijn tegenstander op de vuist was gegaan.

 

Polygamie

En dan was er natuurlijk nog de promotie van de pion…. Twee koninginnen en één koning op het bord. Dat ging de katholieke kerk net iets te ver … Bovendien veranderde de pion van geslacht als hij koningin werd, ook al iets waar men niet zo goed mee uit de voeten kon.

 

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan….

Maar het uitspreken van banvloeken en verboden was dweilen met de kraan open. Het spel was te populair geworden. Daarnaast was er altijd wel een list te verzinnen. Om het probleem met de dames te ondervangen, kreeg de gepromoveerde pion bijvoorbeeld gewoon een andere naam. En toen een bisschop van Parijs in 1125 iedere geestelijke die betrapt werd op schaken, dreigde te excommuniceren, ontwierp een fanatiek schakende priester een opvouwbaar schaakbord dat op een opengeklapt boek leek.

 08_8b.jpg08_9b.jpg

Ook de Tempeliers hielden zich niet aan het verbod, zoals blijkt uit een afbeelding van twee schakende tempeliers in het Libro de axedrez. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat de kerk minder grip had op de Tempeliers in Spanje – die de pelgrimsroute naar Santiago bewaakten – dan op de Tempeliers in het heilige land! En hoewel schaken en andere spellen in de kloosters verboden waren, werd het in preken graag als voorbeeld gebruikt hoe zich moest gedragen in de maatschappij of in de liefde. Daarover een andere keer meer. Ook het onderscheid tussen schaken en spelen met dobbelstenen, zoals naar voren kwam in het Libro de Ajedrez werd steeds meer gemaakt.

08_910b.jpg

Opvallend is in dit verband een mozaïekvloer in de San Savinobasiliek in Piacenza uit het eind van de 12e eeuw. Rechtsonder wordt geschaakt. Op het [beschadigde] paneel linksonder [links = slecht] wordt gedobbeld.

 

Meditatie

Ook was niet iedereen het ermee eens dat het schaakspel zou afleiden van het gebed, en andere geestelijke oefeningen. Zo beval de Spaanse heilige San Genadio [c. 865-936), aanvankelijk bisschop van Astorga en op latere leeftijd kluizenaar, het schaakspel aan als meditatiemiddel om nader tot god te komen. De schaakstukken die van hem bewaard zijn gebleven zijn, zover bekend, de oudste in Europa. Hij is trouwens ook de eerste schaakheilige van Europa.

05_911.jpg

Schaakstukken van Genadio

Astorga was het eindpunt van de zogenoemde Via de la Plata, ook wel de Zilverroute genoemd, een oude Romeinse handelsroute die in Sevilla begon. [Plata is overigens een verbastering van het Arabische woord BaLaTa, dat verharde weg betekent en met zilver niets te maken heeft]. Later werd deze weg een onderdeel van een van de vele pelgrimsroutes naar Santiago. 

08_911.jpg

Ruim zes eeuwen later, gebruikte de Spaanse mystica Theresa van Avila [1515-1582], in haar boek “De weg naar volmaaktheid” schaken zelfs als voorbeeld om de voorbereidingen voor het gebed te beschrijven.

“Maar wees er zeker van dat iedereen die niet begrijpt hoe hij de stukken moet zetten in het schaakspel, nooit goed zal kunnen spelen, en als hij niet weet hoe hij schaak moet geven, zal hij er nooit in slagen schaakmat te zetten. U kunt het mij kwalijk nemen dat ik over een spel spreek, want zulke dingen worden in ons klooster niet gespeeld en zijn ook niet toegestaan.  […] Toch zeggen ze dat het spel soms geoorloofd is, en hoe goed het voor ons zou zijn om het te spelen, en hoe snel we deze goddelijke Koning schaakmat zouden kunnen zetten, zodat Hij niet uit zijn positie zou kunnen of willen komen, als we het vaak zouden oefenen….

Ze heeft deze passage er later overigens wel uitgehaald, omdat ze vreesde er problemen mee te krijgen.

08_912.jpg

Teresa werd in 1622 heilig verklaard en 1970 werd ze door Paus Paulus VI als eerste vrouw uitgeroepen tot kerklerares vanwege de grote betekenis van haar werk … Theresa hield overigens niet alleen van schaken en studeren, maar ook van dansen, en ze was een uitstekend politica: een schaakster op vele borden kortom. In 1944 werd ze dan ook door het aartsbisdom Zaragoza in Spanje officieel uitgeroepen tot beschermheilige van de [Spaanse] schakers.

 

Alie Blokhuis

April 2024