HEIN DE VRIES SCHAAKTOERNOOI 2015
EDITIE NUMMER 30


DE GEDICHTEN

Han Kemperink................................................

het leek een meisje
romantisch als een beukelaar
haar ogen keken in de mijne
haar handen streken door mijn haar 

mijn wijsvinger haalde haar kin naar me toe
Ik bloosde bij haar charme
haar leunen maakte me niet moe
ze juichte in mijn armen 

mijn lippen zongen stille dialogen
op de welving van haar mond
takken van de bomen bogen
scheuten schoten uit de grond 

het liefst was ik toen blijven staan
en zonder eten
zonder drinken
in die houding doodgegaan 

maar toen ik een week later
met haar langs de huizen liep
zag ik een puistje op haar wang
haar ogen zagen als troebel water
haar benen waren veel te lang 

ik duwde haar van schaamte
de rook in van een vol café
ze raakte nog geen glaasje aan
en maar zeuren naar me
ze dronk een kopje thee 

zonder haar te groeten
ben ik er vandoor gegaan
en langzaam
zonder blikken
zonder blozen

in mijn eentje doodgegaan

 

Maxim Aafjes....................................................

Op zijn grafsteen was te lezen
verloren door afwezigheid
maar nu
eindelijk op tijd

ik heb daar zo een hekel aan
te laat komen
en dan zeggen
je bent toch geen partij voor mij

en dan
ge-pend staan
of
ge-vorkt
of
enpassant een pionnetje slaan
 

en dan lachen
ha ha ha
onverdraaglijk lachen
ha ha ha
en

dat kuchje
uch uch uch
voor elke zet
dat tikken
met de pen
tik tik tik
als ik denk

en
dat lepeltje
in de koffie
ting ting ting

zomaar
 

en keihard
op die klok slaan

alsof dat
de tijd
verlangzamen zal

en die sigaar
in de pauze

en dan poepen moeten

en maar wachten
op die ene
geniale zet

 

Natasja Vermoten................................................
(voorgedragen door Alie Blokhuis)

De denker 

Zoals hij daar
door zijn hand ondersteund
in de diepte staart
leeg lijkt te zijn
maar toch intrigeert 

Het valt hem zwaar
de vele zetten opgedreund
en ongedane slag verklaard
nipt hij van de schijn
die de tegenpool probeert. 

Schaak 

Rijen dik, borden lang, vele vlakken
twee aan twee, zwart om wit, sterk en zwakken.
Spiegelbeeld verbroken, met zachte tik toch samenhang.  
Een stille strijd ontloken, iets gedwee maar met pit.Strategie, de vormen mens en het dier
Lopen, springen, wijken en dan slaan.
Met chemie, de normen van intens naar zegevier.
En naarmate de uren verstrijken,
met iets bezopen tintelingen, vergelijken en toch nog zoetjes aan.