Vrijwillige bondage
 
Zullen we een potje schaken?
Een heel gewone vraag,
Het staat je vrij om ja of nee te zeggen vandaag
niets om je druk over te maken
 
Maar wat doe je als je als je ja zegt?
Vrijwillig onderwerp je je
aan regels die je binden om te
strijden tot de een de ander omlegt.
 
Als je voortijdig stopt
dan is dat is spelbederf, en het ignoreren
van de regels, daarvoor moet je je als schaker generen.
Dan speel je vals, en ben je, net als schaak-ChatGPT, geflopt.
 
Is schaken dan alleen het volgen van een strenge methodiek?
Gaat het puur om efficiënte calculatie, zetoptimalisatie en winst
of gaat het op zijn minst
ook om plezier, om iets ludieks?
 
Ga je voor de stalen smoel van Fritz of Stockfish, of maak
je de keus voor de lange neus van Odysseus -
de listige bedrieger, die een eenogige reus thuis,
in zijn grot, te grazen nam en ooit gezien werd als de uitvinder van ’t schaak?
 
Binnen de spelregels van het schaak neem je elkaar de maat
Je luist elkaar erin, vecht elkaar de tent uit.
Het gaat om inventiviteit, schijn en bedrog, vertier, en tot besluit
om erkenning en waardering bij de borrelpraat.
 
Iedere schaker kent dit genot van vrijwillige bondage.
Maar ik zie „error“ verschijnen bij Stockfish, Fritz en soortgelijk pluimage.
De schaakzetten kennen ze, de regels hebben geen geheimen, maar spelen?
Het spel? Het spel kan ze geen zier schelen.
 
Tel uit je winst.
 
Alie Blokhuis